Hoffelijkheid op de weg? Onmisbaar!

Vrijwel 80% van de Brusselaars vindt dat het gebrek aan hoffelijkheid en respect het verkeer onveiliger maakt. De politie verbaliseert jaarlijks duizenden overtredingen.

Nochtans hebben we soms genoeg aan een klein gebaar - en de verkeersregels natuurlijk - om hoffelijk door het verkeer te gaan!

Wie hoffelijk is in het verkeer maakt Brussel aangenamer voor ons allemaal.

Een aantal basisregels

  • Ik deel de openbare weg met anderen
  • Ik ben aandachtig, óók voor wat anderen doen
  • Ik houd rekening met minder goed beschermde weggebruikers
  • Ik ben voorbereid op onverwachte gebeurtenissen
  • Ik respecteer gewoon de verkeersregels

Ontdek hier de hoffelijkheidscampagne van Brussel Mobiliteit.

Hoffelijkheid op de weg is zoals de mayonaise op je frieten. Onmisbaar!

Ik deel de openbare weg met anderen

Ik respecteer de plaatsen die zijn voorbehouden voor andere weggebruikers en ik houd mij aan de regels van een gedeeld weggebruik. Zo laat ik steeds het fietspad vrij. En ik fiets of step niet op het trottoir. Als ik op weg ga met de (elektrische) step, dan mag ik wel op het trottoir maar niet sneller dan stapvoets. Ik kijk ook uit dat ik geen voetgangers in de problemen breng. En wat als ik sneller vooruit wil? Dan word ik geacht net als fietsers het fietspad te gebruiken waar dat voorhanden is. En anders de straat. Opgelet, de toegestane topsnelheid bedraagt 18 km/u!

 

Ik houd het verkeer niet zonder reden op. Ik parkeer of stop niet op het fietspad of op plaatsen die zijn voorbehouden voor personen met een beperkte mobiliteit of voor de hulpdiensten. Ook dubbel parkeren doe ik niet, zelfs niet voor vijf minuutjes!

Hoffelijkheid op de weg is zoals de mayonaise op je frieten. Onmisbaar!

Ik ben aandachtig, óók voor wat anderen doen

Ik blijf geconcentreerd op mijn eigen verplaatsing en laat me niet afleiden, ook niet als ik te voet ben: even bijschminken aan het stuur, een sms’je lezen of de muziek uit de boxen laten loeien zijn uit den boze! Met de wagen houd ik voldoende afstand van de voertuigen voor mij. Op de motor pas ik mijn snelheid aan en zorg ik dat ik zichtbaar ben als ik de files inhaal. En als fietser geef ik altijd aan welke richting ik uitga. Een correct gebruik van lichten, achteruitkijkspiegels, richtingaanwijzers en claxon is bijzonder belangrijk voor ieders veiligheid. Het is ook een vorm van hoffelijkheid en aandacht tussen de weggebruikers onderling.

Dit is een regel die helaas vaak vergeten wordt: tijdens de eerste zes maanden van 2018 maakte de politie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 1.375 processen-verbaal op voor overtredingen op dit soort gedrag. Dat zijn er zo’n acht per dag. En dat terwijl misplaatst toeteren mij op een boete van 58 € kan komen te staan. Dan kan je beter hoffelijk zijn.

 

Ik let op de dode hoeken, ook als ik mijn deur open om ongevallen met voetgangers of tweewielers te vermijden.

Hoffelijkheid op de weg is zoals de mayonaise op je frieten. Onmisbaar!

Ik houd rekening met minder goed beschermde weggebruikers

Ik houd zwakke weggebruikers (voetgangers, fietsers, motorrijders) in het oog en voorzie hun gedrag. Ik pas dus mijn snelheid aan, vooral nabij scholen en met kinderen in de buurt, en laat ouderen de tijd om over te steken.

Als ik met de auto een eenrichtingsstraat inrijd met het verkeersteken

 

dan weet ik dat er een fietser uit de andere richting kan komen. Fietsers mogen in dit soort eenrichtingsstraten immers in twee richtingen rijden (BEV). Dat is praktisch omdat ze hierdoor geen lange omweg hoeven te maken en kunnen fietsen in een straat die rustiger en voor hen dus veiliger is. Als iedereen oplet en hoffelijk blijft, komt niemand in gevaar.

Ik laat ook voldoende plaats voor fietsers als ik voorbijsteek: van één tot anderhalve meter.

Hoffelijkheid op de weg is zoals de mayonaise op je frieten. Onmisbaar!

Ik ben voorbereid op onverwachte gebeurtenissen

Ik houd steeds het hoofd koel: slecht weer, files, vertraging… Ik laat motorrijders voorbij als ik sta aan te schuiven in een tunnel. Of ik nu rijd met de wagen, op de motorfiets of per fiets, ik houd steeds rekening met een overstekende voetganger en stop rustig bij het zebrapad. En ik wacht tot de voetganger volledig is overgestoken voor ik opnieuw vertrek.

 

Bij wegversmallingen (door werken of een ongeval bijvoorbeeld) ‘rits’ ik om in te voegen: op de verkeersstrook zonder hindernis laat ik een voertuig invoegen en sluit vervolgens zelf aan. Zo gaan we samen vooruit in plaats van de hele situatie te blokkeren. Een handgebaar is daarbij een uitgelezen bedankje. Dat is niet alleen hoffelijk, maar ook nuttig en vooral verplicht sinds 1 maart 2014!

Hoffelijkheid op de weg is zoals de mayonaise op je frieten. Onmisbaar!

Ik respecteer gewoon de verkeersregels!

Ik respecteer de verkeerslichten, ik vertraag bij oranje en houd rekening met de verplichte verkeerstekens en met verbodsborden (stop, eenrichting enz). Ik verleen voorrang van rechts waar deze van toepassing is, ook aan tragere weggebruiker zoals voetgangers. Ik stop bij het zebrapad. Ik houd ook de fietserszone vrij aan verkeerslichten. Dat is aangenamer voor de andere weggebruikers, maar het is bovendien verplicht. In het eerste halfjaar van 2018 zijn er maar liefst 15.168 processen-verbaal opgesteld in het Brussels Gewest voor niet-naleving van de verkeerslichten. Dat zijn er vrijwel 85 per dag.

Ik breng respect op voor anderen en blijf boetes uit de weg: hoffelijkheid loont!

Laatste nieuws

Tour ensemble!

Merckx, Evenepoel, Viviani en Dumoulin sluiten zich aan bij de Brusselaars om de grootste ploeg van de Ronde van Frankrijk samen te stellen.