Verkeersveiligheid

Verkeersveiligheid is een belangrijke aangelegenheid. In 2016 stierven er in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 17 mensen in het verkeer. Daarnaast vielen er 158 zwaargewonden en 4399 lichtgewonden.

Ook al daalt het aantal verkeersdoden (in 2015 waren er 28), toch blijft de balans te zwaar. Vooral voetgangers zijn oververtegenwoordigd bij de slachtoffers (in 2016 waren 5 van de 11 personen die ter plekke stierven voetganger). 

Om de verkeersveiligheid positief te beïnvloeden, moeten er op vier vlakken maatregelen worden getroffen: controles/boetes, infrastructuur, sensibilisering/opvoeding en de aanpassing van de voertuigen. Het actieplan Verkeersveiligheid van het Gewest, zoals goedgekeurd door de regering, licht de maatregelen toe die het Brussels Hoofdstedelijk Gewest moet nemen.

De bevoegdheden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is bevoegd voor:

Deze bevoegdheden worden uitgeoefend door Brussel Mobiliteit.

Kerncijfers

De statistieken tonen aan dat het aantal personen dat ter plekke sterft globaal gezien afneemt (11 personen ter plekke gestorven in 2016, tegenover 21 in 2015), ondanks een flagrante toename van lichamelijke ongevallen (ongevallen die lichamelijk letsels veroorzaken bij minstens één van de betrokken weggebruikers) en het aantal gewonden.

De bestuurders en passagiers van motorvoertuigen vormen de grootste groep slachtoffers bij alle lichamelijke ongevallen (in 2016 waren 1.691 slachtoffers autobestuurders of -passagiers, op een totaal van 4.574 slachtoffers in 2016). Van de personen die in 2016 stierven op de weg, zat er één in een wagen, en vier waren motorrijders. Voetgangers zijn bijzonder kwetsbaar en blijven de eerste dodelijke slachtoffers op de weg (10 doden in 2016 waren voetgangers, op een totaal van 17 gestorven personen). Dit aanzienlijke aantal toont aan hoe kwetsbaar bepaalde weggebruikers zijn: voetgangers, fietsers, motorrijders en bromfietsers.

Ook bij de fietsers stijgt het aantal gewonden, maar deze stijging houdt rechtstreeks verband met de toename van het aantal fietsers in het Brusselse verkeer: het fietsobservatorium noteert een jaarlijkse toename met 14% van het aantal fietsers over de periode 2010-2016, met een piek van +32% voor het jaar 2015.

Controles en boetes voor meer verkeersveiligheid

Controles en boetes zijn prioritair voor een betere  verkeersveiligheid, onder meer op het vlak van overdreven snelheid, rijden onder invloed, geen gordel dragen en een rood licht negeren. Daarom volgt het Gewest het radarbeleid van de Brusselse politiezones op. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest stelt ook mobiele radars ter beschikking van de politiezones met als doel de rijsnelheid te beperken in Brussel, aangezien het respecteren van de snelheidslimieten de voornaamste uitdaging inzake verkeersveiligheid is in Brussel.

Er zijn veel controles in Brussel: in december 2017 waren er bijvoorbeeld 30.000 alcoholcontroles in het kader van de BOB-campagne. Drinken en rijden gaan niet samen in Brussel, vooral omdat de BOB-campagnes twee keer per jaar plaatsvinden: in de zomer en in de winter.

Beschermende infrastructuur

Hoewel de cijfers uit de statistieken het Gewest ertoe dwingen vooral te letten op de veiligheid van de actieve vervoerswijzen en die van motorrijders, wordt er voortdurend gelet op alle categorieën weggebruikers, onder meer wat de veiligheid van de infrastructuur betreft. De experten van Brussel Mobiliteit controleren in het bijzonder de kwaliteit van de inrichtingsprojecten nog voor ze van start gaan (preventieve actie). Daarnaast controleren ze de kwaliteit van de bestaande inrichtingen op de gewestwegen (curatieve actie). De rode draad bestaat erin een infrastructuur te ontwikkelen die intrinsiek veilig is en fouten van de weggebruikers vergeeft.    

Sensibilisering en educatie

Een van de onderdelen om de verkeersveiligheid te verhogen is het onderdeel communicatie. Daartoe ondersteunt of organiseert Brussel Mobiliteit sensibiliserings- en educatieve acties zoals het voetgangersbrevet en het fietsersbrevet voor de allerkleinsten, of de verkeersveiligheidsvideo's in Kijk Uit.

Leerkrachten en opvoeders die interesse hebben in verkeersveiligheid kunnen ook pedagogische tools en activiteiten ontdekken via de Schoolvervoerplannen.

Tramsporen oversteken

Een tram is een voertuig op rails en valt dus niet onder het verkeersreglement. Daardoor krijgt een tram voorrang, zelfs aan oversteekplaatsen voor voetgangers. Dit valt volledig te verantwoorden, aangezien trams zware voertuigen zijn: een tram die rijdt met een snelheid van 40 km/u heeft ongeveer 40 meter nodig om tot stilstand te komen, dus minstens één keer zijn lengte. Het is dus van levensbelang dat voetgangers de tram voorbij laten rijden, gezien de trambestuurder zijn voertuig niet op korte afstand tot stilstand kan brengen. Deze oversteekplaatsen worden dan ook aangeduid in het rood:

  • Rode loper als enkel de tram deze verkeersweg gebruikt en er voorrang krijgt op voetgangers/fietsers
  • Rood omlijnd als de tram op een weg rijdt samen met ander verkeer. De tram heeft voorrang op voetgangers/fietsers, maar de andere bestuurders moeten voorrang verlenen aan voetgangers die willen oversteken